Reuzenberenklauw

Beschrijving:

De reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) is een schermbloemige plant met kleine witte bloemen, die vanaf de maand juni tot ontwikkeling komen. De reuzenberenklauw onderscheidt zich van de plaatselijke berenklauwen door haar enorme afmetingen: sommige planten kunnen tot 3 à 4 meter hoog worden! De bladeren zijn diep ingesneden en met scherpe tanden omzoomd.

De vruchtvorming heeft plaats in de herfst. De reuzenberenklauw plant zich voort via verspreiding van de talrijke zaden door de wind en het water. Eens de zaailingen zich hebben ingenesteld, duurt het nog 3 à 4 jaar voor de nieuwe plant gaat bloeien en zaden produceren. Het duurt dan ook een aantal jaren alvorens de plant de waterkanten gaat overwoekeren.

De reuzenberenklauw werd omwille van haar decoratieve eigenschappen ingevoerd, maar bleek al snel een invasieve soort te zijn die niet alleen schadelijk is voor het milieu, maar ook voor de volksgezondheid. Bij aanraking kan de plant immers hevige allergische reacties uitlokken en brandwonden veroorzaken.

Bestrijdingswijze:

Op het gebied bestreken door het LUPIN-project staan de partners niet op gelijke voet wat de reuzenberenklauw betreft. De soort, die aan Belgische zijde welig tiert, is maar heel lokaal aanwezig in Frankrijk. Ondanks deze verschillen is de bestrijdingswijze aan weerszijden van de grens opmerkelijk gelijklopend.

Er werd een testwerf opgestart in Menen over 3.000 ml waterloop (Palingbeek WL.40), waarvan beide oevers overwoekerd waren.

De partners hebben geopteerd voor een manuele mechanische actie met spades. Om de actie tot een goed einde te brengen, werd de plant aan de basis met een spade afgesneden; de spade werd bovendien tot 20 cm in de grond gestoken zodat de wortels werden afgesneden en de plant niet meer tot bloei kon komen. De actie werd bovendien uitgevoerd voor de plant vruchten kon dragen (normaal half september) om zaadverspreiding te voorkomen. Na dit experiment in West-Vlaanderen, zal de methode nog 5 jaar lang na de eerste bestrijdingsactie worden herhaald om de jonge planten uit te roeien.

Het maaien met de biezenzeis blijft mogelijk over grote sectoren waar de plant welig tiert en waar het mogelijk is om met een hydraulische graafmachine te komen; dit procedé moet dan wel jaarlijks worden herhaald daar het minder gericht is dan de eerste methode.

De teams droegen persoonlijke beschermingsmiddelen (overalls, handschoenen, bril…) om eventuele aanraking met de plant te voorkomen.

Het groenafval van de werf werd in zakken naar afvalverwerkingsbedrijven afgevoerd.

De resultaten:

De methode die aan weerszijden van de grens werd toegepast is relatief doeltreffend gebleken. Het grootste probleem is en blijft de identificatie van jonge plantjes, zeker als ze samen met de lokale soorten aanwezig zijn. Het is dan ook nodig om deze actie over meerdere jaren te spreiden.

Dank zij het werk geleverd door de partners van het LUPIN-project, kon de reuzenberenklauw over een afstand van 17,218 km waterlopen, waarvan meer dan 99% in Belgisch Vlaanderen, worden bestreden. De acties in Frankrijk zijn veeleer preventief te noemen. De partners hebben met onderaannemingscontracten gewerkt, voornamelijk met herinschakelingsbedrijven.

Gemiddeld kost de bestrijding circa € 1/ml behandelde waterloop, en dit zowel voor de mechanische bestrijding als voor de manuele bestrijding. Hierbij moet men nog andere kosten bijtellen, namelijk de kosten voor de afbakening en de installatie van de werf (tussen € 250 en € 650) die hoger kunnen uitvallen naargelang van de behandelde zones. Voor grote gebieden is het waarschijnlijk voordeliger om in regie te werken.

De investeringen blijven beperkt als er manueel wordt gewerkt. Het enige wat men moet aankopen zijn spades, snoeischaren of zeisen.